unitariër
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorstander van eenheid
- (religie) iemand die in God slechts één persoon belijdt (en niet de Drievuldigheid)
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse unitas (eenheid) () en
Vertalingen
Spaansunitario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek