woorden
boek
Start
›
U
›
uithouder
uithouder
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
voorwerp om iets ergens weg van te houden
iemand die kan uithouden (volhouden)
Etymologie
*afgeleid van uithouden
Verwante woorden
uithaal
uithaalde
uithaalden
uithaalt
uithak
uithakken
uithakt
uithakte
uithakten
uithalen
uithalend
uithalende
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← uithouden
uithouders →