uithouden
/ˈœythɑudə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (absol) het ~ langdurig moeilijkheden verdragen of belasting dragenMijn auto heeft het daana niet zo lang meer uitgehouden.
- weghouden van iets
Vertalingen
Engelsbear, carry out, endure
Spaansaguantar, aguantar hasta el fin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek