Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

tweelicht

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
    Het tweelicht komt vroeg in de winter.
  2. verouderd (verouderd) tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
    Door het tweelicht kon hij enkel de vage contouren van zijn vrienden onderscheiden.

Etymologie

*Vermoedelijk een zestiende-eeuwse samenstelling van twee en licht.http://www.etymonline.com/index.php?term=twilight

Vertalingen

Engelstwilight
Franscrépuscule, aube
DuitsDämmerung
Spaanscrepúsculo
Zweedsskymning