halfduister

onzijdig (het)/ˌhɑlᵊvˈdœystər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toestand tussen licht en donker in
    Pas als de finish in zicht is, rent het publiek naar de baan. Het volkslied bij de huldiging waait uit over de Belterwiede, die dan al in het halfduister is gehuld.
    Een topstuk op de tentoonstelling is het schilderij waarop Jacobus van Looy het Oranjefeest in Amsterdam verbeeldt. In het halfduister worden de gezichten van de hossende, lallende, dronken feestvierders door flambouwen verlicht.

Etymologie

#van iets dat het niet helemaal helder of goed verlicht is