trouwkleding
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kleding die men draagt tijdens de huwelijksvoltrekking (trouwjurk / trouwpak)Een bijzonder gezicht: De Australische tortelduifjes Carole-Ann en Jim Stanfield vieren hun 50ste trouwdag in de trouwkleding die ze in 1966 droegen.de Telegraaf 10 okt. 2016Voormalig profvoetballer Jhon van Beukering en zijn vrouw Iris zijn slachtoffer geworden van inbraak. Dieven namen alle trouwkleding van het stel mee.de Telegraaf 08 sep. 2015Bij beide musea staan zeventien topbedrijven, van vervoer en catering tot trouwkleding en sieraden, klaar om de perfecte, complete dag te plannen voor een sprookjeshuwelijk.de Telegraaf CAROLIEN VLIETSTRA 08 nov. 2012
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek