trouvère
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (dichtkunst), (verouderd) in het middeleeuws Noord-Frankrijk rondreizend dichter, en zanger van (minne-) liederenJean Bodel (1165-1210), een trouvère die leefde in Arras, schreef het heldendicht "Chanson des Saisnes".
Etymologie
Van het Franse "trouver" (vinden)
Vertalingen
Engelstrouvère, trouveur
Franstrouvère
DuitsTrouvère
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek