Speelman

mannelijk (de)/ˈspelmɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middeleeuwen, cultuur, muziek, verouderd, beroep (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) (beroep) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
    De onbekende speelman maakte met z'n voordracht een diepe indruk op de gasten.
  2. cultuur, muziek, verouderd (cultuur), (muziek), (verouderd) een langs herbergen, jaarmarkten rondtrekkend artiest, muzikant, zanger van liedjes en komediant
    Met z'n grappen en vrolijke wijsjes bracht de speelman het publiek in een uitgelaten stemming.

Uitdrukkingen

  • De speelman zit er op het dakHet is er een vrolijke boel
  • De speelman zit bij hen nog op het dakZij zijn nog in hun wittebroodsweken

Vertalingen

Engelsminstrel, troubadour, minstrel
Fransménestrel, jongleur, ménestrel
DuitsSpielmann, Minstrel, Spielmann