travee

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een deel van een gebouw, dat wordt bepaald door twee opvolgende steunpunten in de lengterichting van het gebouw
  2. bouwkunde (bouwkunde) een onderdeel van de verticale vlakverdeling van een gevel

Etymologie

*Afkomstig van het Franse woord travée.

Vertalingen

Engelssevery
Franstravée