travee
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een deel van een gebouw, dat wordt bepaald door twee opvolgende steunpunten in de lengterichting van het gebouw
- (bouwkunde) een onderdeel van de verticale vlakverdeling van een gevel
Etymologie
*Afkomstig van het Franse woord travée.
Vertalingen
Engelssevery
Franstravée
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek