traven
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (scheepvaart) (verouderd) vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen (van scheepslading){{ouds|1805
Etymologie
*van "trabar" of "travar" "vastmaken, stevigheid geven, steunen, vasthouden, vastpakken" die beide teruggaan op Latijn "trabs" "balk", cognaat met "travee"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek