trapleuning

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waar je je aan kunt vasthouden tijdens het lopen over een trap om steun en stabiliteit te krijgen
    Het open trappenhuis met smeedwerk en kronkelende houten trapleuning mag blijven, evenals de bruin-oranje muurtegeltjes. En het glas-in-lood in de voorgevel? Ook. Wat gebarsten of verdwenen is, wordt hersteld. NRC Maurice Geluk 16 februari 2017
    Toen Harald de laatste traptrede op de grond bereikte, versperde Oscar hem de weg met een stevige greep om beide trapleuningen.