trapeze
mannelijk/vrouwelijk (de)/trɑˈpezə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zweefrek voor acrobaten
- een hulpmiddel voor het buiten boord hangen om een zeilboot in balans te houden
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zweefrek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1874
Vertalingen
Engelstrapeze, trapeze
Franstrapèze, trapèze
DuitsTrapez, Trapez
Spaanstrapecio, trapecio
Poolstrapez
Zweedstrapets
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek