trapgevel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een oude traditionele topgevel waarvan de bovenzijde zich naar boven toe trapsgewijs versmalt
    De huizen aan de gracht hebben haast allemaal trapgevels.
  2. buikpotigen (buikpotigen) een slak behorende tot de familie Turridae
    De trapgevels vormen met 4000 soorten de grootste slakkenfamilie.

Vertalingen

Engelscorbie-stepped gable, crow-stepped gable