touroperator

mannelijk (de)/ˈturɔpəˌretər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) reisorganisator
  2. reisorganisatie
    Dat komt doordat voor die maand nog niet bekend is welke vliegmaatschappij per dag hoeveel stoelen moet opgeven. Voor juli, de allerdrukste maand, is dat inmiddels wel duidelijk en bekend bij de betrokken partijen. Maar dan moeten de luchtvaartmaatschappijen en touroperators nog bedenken hoe ze dat in de praktijk invullen.

Vertalingen

Spaansoperador turístico