touringcar

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een luxe autobus om reizen of uitstappen mee te maken
    Hebben jullie een touringcar gekocht?

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘autobus voor toeristische reizen’ voor het eerst aangetroffen in 1937

Vertalingen

Engelscoach
Fransautocar
DuitsReisebus
Spaansautocar
Italiaanspullman