total loss
mannelijk (de)/ˌtotəˈlɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) (scheepvaart) toestand waarin beschadiging van een schip zo ernstig is dat het als volledig onherstelbaar moet worden beschouwd
- (juridisch) (transport) geval waarin beschadiging van een voertuig zo ernstig is dat het economisch niet meer verantwoord is te reparerenIk zei: 'Het is niet zo erg, want ik heb die foto's laten afdrukken.' Stelt u zich een garagehouder voor die de eigenaar van een total loss informeert over de tarieven van een vervangende auto en te horen krijgt: 'Hoeft niet, ik heb mijn koets nog'. Dan u weet ongeveer hoe die jongen keek.Volkskrant Olaf Tempelman 28 september 2017
- (figuurlijk) (bedrijfskunde) product dat zo'n slechte reputatie heeft gekregen dat het onverkoopbaar isEen wondermiddel of een total loss: Duizenden kinderen krijgen tegen agressie het antipsychoticum risperidon. Dit gold mede door gemanipuleerd onderzoek lang als een wondermiddel: effectief en zonder veel bijwerkingen. Nu blijkt dat jonge kinderen er gevaarlijk dik van worden. „We zijn van de regen in de drup geraakt.” NRC Karel Berkhout Julie Wevers 11 juni 2016
- (figuurlijk) iemand die helemaal is uitgeput of een geestelijke wrak is geworden
Etymologie
*: het oorspronkelijke zelfstandig naamwoord wordt sinds de jaren 60 van de 20e eeuw ook predicatief als bijvoeglijk naamwoord gebruikt
Vertalingen
Engelstotal loss
Fransperte totale
DuitsTotalschaden
Spaansperdita totale, pérdida total
Portugeesperda total
Deenskondemnation
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek