wrak

onzijdig (het)/vrɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overblijfsel van een verongelukt of gestrand vaar-, voer- of vliegtuig
  2. brik. vaar-, voer- of vliegtuig in (zeer) slechte staat, vaak schertsend; wat een wrak

Etymologie

* In de betekenis van ‘onbruikbaar voer- of vaartuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1368

Uitdrukkingen

  • Een schip ( of een wrak) op strand, een baken in zee

Vertalingen

Engelswreck, decayed, decrepit
Fransépave
DuitsWrack
Spaansruina, restos, caduco
Italiaansrelitto