tortuur
vrouwelijk (de)/tɔrˈtyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opzettelijk toegebrachte pijn"Op een halve meter afstand passeerden Duitse hoogwaardigheidsbekleders en NSB autoriteiten", schreef conservator Tichelman met veel plezier. "Paperassen waarop tortuur, kogel en galg stonden, werden weggemoffeld tussen de schaamgordels van boomschors en Timorweefsels."
- (figuurlijk) iets wat op een vervelende manier heel moeilijk of pijnlijk is
Etymologie
* via "torture" of direct van Latijn "tortura"
Vertalingen
Engelstorture, ordeal, agony
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek