tongval

mannelijk (de)/ˈtɔŋval/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het accent waarmee iemand spreekt
    Tom Boonen verklapte woensdag aan Studio Brussel dat hij volop bezig is met een nieuwe tatoeage. Het zou een hert worden, want: ‘Ge gaat hert of ge gaat niet hert’, zo vertelde Boonen in zijn sappige Kempense tongval.de Standaard 17/NOVEMBER/2017 door jtp
    De oud-machinist woont in het Gelderse Vuren, maar aan zijn tongval is goed te horen dat hij uit Amsterdam komt.Tubantia Marcia Nieuwenhuizen 03-NOVEMBER-2017
    Naar Wessels en zijn Twentse tongval werd inderdaad geluisterd. Hij stond bekend om zijn donderpreken. De muren van zijn kantoor in Rijssen waren met kurk bekleed om te voorkomen dat het hele gebouw kon meegenieten. Hij gaf toe: Áls ik mijn stem verhef, dn dringt iets tot je door.Tubantia 21 november 2017,

Vertalingen

Engelsaccent