dialect
onzijdig (het)/diaˈlɛkt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) een taalvariëteit met onderscheidende grammaticale, fonologische en andere kenmerkenOok het Surinaams-Nederlands is een dialect van het Nederlands.
- een niet-standaard taalvariëteitHet Nederlands kent verschillende dialecten.
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'légein' (spreken)
Vertalingen
Engelsdialect
Fransdialecte
DuitsMundart
Spaansdialecto
Italiaansdialetto
Portugeesdialecto
Russischдиалект
Poolsdialekt
Zweedsdialekt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek