tippelaar

mannelijk (de)/ˈtɪpəˌlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die met kleine pasjes loopt, geoefende wandelaar
    Basisschoolkinderen in Breukelen krijgen op 3 oktober al 100 jaar lang een gratis portie poffertjes in de gebakkraam in het dorp. De traktatie is bij testament vastgelegd door L.C. Dudok de Wit, beter bekend als Kees de Tippelaar, die in 1913 in het Utrechtse dorp overleed. Reformatorisch Dagblad 24-09-2013 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/al-100-jaar-gratis-poffertjes-in-breukelen-1.339026 Al 100 jaar gratis poffertjes in Breukelen]
  2. pregnant, spreektaal (pregnant) (spreektaal) "zwerver"
  3. pregnant (pregnant) (Bargoens) straatdief
  4. neologisme (neologisme) mannelijke prostitué
    'Ik zie niet in waarom ik me zou moeten schamen voor wat ik doe’, schreef Muns op zijn weblog. ‘Ik ben sekswerker, hoer, prostitué, tippelaar of hoe je het ook noemen wil. Ik verdien geld met seks en dat is goed.' De Standaard 07/08/2013 door jvh, jvt [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130807_00684151 Voorzitter Scholierenkoepel klust bij als prostitué]
    In de Zwitserse stad is een proef gestart ter bescherming van tippelaars. Mannen die behoefte hebben aan de diensten van een tippelaar, dienen daarvoor naar een speciale plek net buiten het centrum te gaan. In een soort car-parking kan de tippelaar veilig aan het werk. De Telegraaf 26 aug. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1067398/zurich-lanceert-afwerkplek-voor-tippelaars Zürich lanceert afwerkplek voor tippelaars]

Etymologie

* [4] De betekenis van “mannelijke prostitué” is van recente datum, in analogie aan de vrouwelijke vorm "tippelaarster", opgekomen in de jaren 1990.