timesharing

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɑjmʃɛːrɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) een vorm van multitasking waarbij een computer schijnbaar gelijktijdig gebruikt wordt door een aantal mensen aan een terminal
  2. regeling waarbij men gezamenlijk eigenaar is van iets, met name een vakantieverblijf, zodat men het een deel van het jaar kan gebruiken

Etymologie

* van het Engels,