timer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klok (in computers en andere electronische apparatuur)
    In iedere computer zit een timer die bepaalt hoe snel de berekeningen worden uitgevoerd.
  2. wekker
    Voor je gaat bakken moet je de timer van de over op 60 minuten zetten.

Etymologie

uit het Engels timer = klok