stuken
/ˈstykə(n)/
Betekenis
werkwoord
- een muur of plafond met pleister afwerken en gladmaken; het aanbrengen van stucwerkArno: 'Dat is eigenlijk vooral om praktische redenen. Ik heb veel gebouwd en heb een hekel gekregen aan het stuken, het stof en de smerigheid die bij veel andere materialen komen kijken. Hout ruikt lekker en je hoeft niet na te denken over de kleur. Wel hebben we de buitenkant van het huis donker geverfd. Dat was achteraf niet zo handig, want dat moeten we wel weer een keer gaan bijwerken.'Volkskrant Elselotte Smink 23 september 2017Ditmaal bespraken mijn collega en ik het stuken van de keuken. „Hoe laat je dat doen?”, vroeg ik nadat we het over de keus van de stukadoor hadden gehad. „Zwart?” „Nee, wit”,NRC Rudolph Mengelberg 19 augustus 2013
Etymologie
*meer vernederlandste schrijfwijze van "stuccen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek