stuk
onzijdig (het)/stʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- deel, gedeelte, onderdeel van een geheelDe prachtige vaas viel in vele stukken op de vloer.Van wie is dat stuk speelgoed?Zodra ook dat stuk geschut is opgesteld, is de batterij compleet.
- (kunst) een afgerond product van nijverheid of kunstDit stuk is als blijspel niet erg geslaagd.We moeten dat andere stuk ook nog repeteren.
- (handel) één als teleenheidHoeveel exemplaren zijn er nog over? - Nog drie stuks.Die appels kosten € 0,50 per stukOp de veemarkt kocht de boer drie stuks vee.
- een niet nader bepaalde hoeveelheid of maatKom, we lopen nog een stukje.Af en toe moesten we zelfs een heel stuk teruglopen.Ik zoek nog een stuk gordijnstof.
- (letterkunde), (juridisch) officieel document, oorkondeUit de stukken bleek daar niets van.
- (letterkunde) opstel, artikelHij heeft een stukje voor de krant geschreven.Dank aan de auteurs en uitgevers die overname toestonden (zie voor bijzonderheden 'Bronnen' aan het einde van het boek). De oorspronkelijke spelling hiervan is zoveel mogelijk gehandhaafd. Van enkele stukken bleken, tot onze spijt, auteur en uitgever niet te achterhalen.
- (informeel) een aantrekkelijk persoon (man of vrouw)Wat een stuk is dat zeg!
- (kaartspel) de combinatie troef koning en troef vrouw bij klaverjassenWe hadden stuk en een driekaart, samen veertig roem.
Etymologie
* In de betekenis van ‘brok’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- lik op stuk
- Een stuk in zijn kraag hebben — Dronken zijn
- Men moet een paard de rug niet stuk rijden. — Men moet niet te veel eisen van een ander
- Op geen stukken na (halen) — Met grote achterstand iets niet halen
- Op zijn stuk [blijven] staan — Zich niet laten ompraten en bij de eigen mening blijven
- Van zijn stuk raken — Onzeker worden en niet meer weten wat te zeggen
- Voet bij stuk houden — Niet toegeven, bij de eigen ideeën of standpunten blijven
- In stukken — 1. tot of bij gedeelten, in parten2. kapot
Vertalingen
Engelspiece, play, hunk
Franspièce, morceau, pièce
DuitsKracher
Spaanspieza, trozo, pedazo
Portugeesgato, gatinha
Turksadet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek