part

onzijdig (het)/pɑrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel, gedeelte, onderdeel, stuk
  2. list, streek

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘deel’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Vertalingen

Engelspart, parthian, share
Spaansgajo, parte, porción