parterretrap

mannelijk (de)/parˈtɛːrəˌtrɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) opgang met treden die vanaf de begane grond toegang geeft tot de eerste verdieping
    Woning of bij die woning behorende erf: de woning, de rest van het betrokken perceel (zoals een tuin) en de gezamenlijke ruimte binnen een wooneenheid zoals het portiek, de parterretrap, de gezamenlijke buitenruimte enzovoorts.