parterretrap
mannelijk (de)/parˈtɛːrəˌtrɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) opgang met treden die vanaf de begane grond toegang geeft tot de eerste verdiepingWoning of bij die woning behorende erf: de woning, de rest van het betrokken perceel (zoals een tuin) en de gezamenlijke ruimte binnen een wooneenheid zoals het portiek, de parterretrap, de gezamenlijke buitenruimte enzovoorts.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek