stiefmoeder

vrouwelijk (de)/ˈstifmudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. latere levenspartner van vader dan de eigen moeder
    Na verloop van tijd ging zijn stiefmoeder hem beter begrijpen.

Etymologie

*afgeleid van moeder

Vertalingen

Engelsstepmother
Fransbelle-mère
DuitsStiefmutter
Spaansmadrastra
Zweedsstyvmoder
Deensstedmor