stiefdochter
vrouwelijk (de)/ˈstivdɔxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijk kind uit een eerder huwelijk van de echtgenootHij deed las zijn stiefdochter dezelfde verhaaltjes voor die hij eerder aan zijn zoon vertelde.
Etymologie
*afgeleid van dochter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek