stemmigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de netheid en rustigheid vaak met een religieuze tint
    Het Waalse vocaal ensemble Vox Luminis zingt de complexe polyfone en soms wringende Mariamuziekstukken met grote intensiteit en stemmigheid. Verder klinken nog Te Deum laudamus, een deels gregoriaans Miserere en twee orgelsonates. De afwisseling in virtuoze compositorische technieken is groot, deze stichtelijkheid leidt tot verheffende vroomheid. NRC Kasper Jansen 12 augustus 2014
    Alsof The Bad Seeds de degens kruisen met de jonge Leonard Cohen, zo klinkt The National. [...] Studioplaat nummer zes is opnieuw uitstekend en zal The National vermoedelijk nog groter maken: de stemmigheid is haast ongemerkt wat grootser en toegankelijker geworden. NRC 1 juni 2013

Etymologie

* afleiding van stemmig

Vertalingen

Engelsmodesty, moderation