plechtigheid

vrouwelijk (de)/ˈplɛxtəxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een sociale gebeurtenis die met ernst en ceremonieel gepaard gaat
    De plechtigheid werd ruw verstoord door een stel dronken motorrijders.

Etymologie

*Afgeleid van plechtig .

Vertalingen

Engelsceremony, rite, solemnity
Franscérémonie, solennité
DuitsFeierlichkeit, Zeremonie
Spaansacto, ceremonia, solemnidad