steker

mannelijk (de)/ˈstekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mens of dier die of dat steekt
  2. voorwerp dat men ergens in steekt
  3. elektrotechniek, verouderd (elektrotechniek) (verouderd) connector met pennen om in een contactdoos te steken

Etymologie

*afgeleid van "steken"