steker
mannelijk (de)/ˈstekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mens of dier die of dat steekt
- voorwerp dat men ergens in steekt
- (elektrotechniek) (verouderd) connector met pennen om in een contactdoos te steken
Etymologie
*afgeleid van "steken"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek