spaarquote

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het percentage van het vrij beschikbare inkomen dat een huishouden opspaart
    In de eerste 3 maanden van het jaar bedroeg de gemiddelde spaarquote in de zeventien eurolanden 13,1 procent, tegen de 12,4 procent van een kwartaal eerder. De spaarquote is het percentage van het vrij beschikbare inkomen dat een huishouden opspaart. Tubantia 30-07-13, [https://www.tubantia.nl/economie/europeaan-investeert-minder-en-spaart-meer~a3d36d0c/ Europeaan investeert minder en spaart meer]
    Het gat tussen inkomen en consumptie wordt desondanks steeds kleiner, blijkt uit de statistieken van het CBS. Hierdoor blijft er bij veel huishoudens minder geld over om te sparen. In het derde kwartaal zakte de spaarquote, het percentage van de inkomsten dat niet wordt uitgegeven, naar 10,8 procent. Tubantia 04-01-13 [https://www.tubantia.nl/economie/al-vijf-kwartalen-op-rij-daalt-het-besteedbare-inkomen~a95768e8/ Al vijf kwartalen op rij daalt het besteedbare inkomen]
  2. deel van het nationaal inkomen dat niet wordt geconsumeerd

Vertalingen

Engelssavings ratio