spaan
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spaander
- stukje metaal (of ander materiaal), verwijderd bij een verspanende bewerking
- (huishouden) houten gereedschap bestaande uit een blad met steel
Etymologie
* In de betekenis van ‘afgespleten hout’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Vertalingen
Spaansespátula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek