sloot
mannelijk/vrouwelijk (de)/sloːt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- smalle watergang om of tussen weilandenDe auto vloog over een sloot en kwam in een weiland tot stilstand.
- (informeel) aanzienlijke hoeveelheidIk heb vandaag al een sloot water gedronken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gegraven water’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 966
Uitdrukkingen
- [1] Iemand van de wal in de sloot helpen.
- Iemand door de hulp nog meer problemen bezorgen.
- [1] Van de wal in de sloot raken — van slechte omstandigheden in nog slechtere omstandigheden geraken
- [1] In geen zeven sloten tegelijk lopen — voorzichtig zijn en op zichzelf kunnen passen
- [1] Oude koeien uit de sloot halen — Oude problemen die niet meer ter zake doen oprakelen
- [1] Iets met de hakken over de sloot halen — het net halen
Vertalingen
Engelsditch
Fransfossé
DuitsGraben
Spaanszanja
Italiaansfossato
Portugeesvalas
Russischканава
Poolsrów
Zweedsdike
Deensgrøft
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek