slipper
mannelijk (de)/ˈslɪpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schoeisel) licht schoeisel zonder of met open hiel
zelfstandig naamwoord
- touwwerk dat onvoldoende geschikt is om te voorkomen dat iets een glijdende beweging maakt
- (figuurlijk) heimelijke korte afwezigheid door stiekem even weg te gaan
- (figuurlijk) iets wat niet werkt als bedoeld
zelfstandig naamwoord
- (spoorwegen) stevige balk waarop de rails in de grond zijn bevestigd
Etymologie
*[D] verbastering van "sleeper"
Vertalingen
Spaanschancleta, chinela, zapatilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek