slem

/slɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel, bridge (kaartspel), (bridge) (telbaar) een bridgecontract voor alle slagen of alle slagen minus een
    Hij was dol op gedubbelde slemmen.
  2. wegenbouw (wegenbouw) (ontelbaar) een koud, dun mengsel van zand, bitumenemulsie en eventueel kleurstoffen dat als een laag bovenop asfalt wordt aangebracht, ter herstel en om het waterdicht te maken
    De geluiddemping wordt verbeterd bij gebruik van slem.

Etymologie

*[1] van "slam" "slag, mep"

Vertalingen

Engelsslurry seal