slemperij
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men teveel drinkt en eet“Wij vieren hier het BOERRRRgondische carnaval!” schreeuwt de gids. En dat doen hij en zijn voorgangers al sinds 1882, toen de kerk, bij monde van monseigneur Godschalk en gesteund door de gegoede burgerij, pogingen ondernam de volkse feestgangers de mond te snoeren en de ‘slemperijen’ uit te bannen.
Etymologie
* van slempen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek