sleet

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. slijtage
    Er zit toch wat sleet op de stembanden van die oude zanger.
    Na vijfentwintig jaar huwelijk zit de sleet er nog steeds niet in.

Etymologie

*uit Middelnederlands slete, afgeleid van slijten

Vertalingen

Engelswear
DuitsVerschleiß