sleet
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- slijtageEr zit toch wat sleet op de stembanden van die oude zanger.Na vijfentwintig jaar huwelijk zit de sleet er nog steeds niet in.
Etymologie
*uit Middelnederlands slete, afgeleid van slijten
Vertalingen
Engelswear
DuitsVerschleiß
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek