slee
mannelijk/vrouwelijk (de)/sle/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een vervoermiddel dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
- voorwerp dat gelijkenis hiermee vertoont en kan glijden bijv. een braadslee of een zaagslee
- (informeel) zeer luxueuze personenauto
Etymologie
* In de betekenis van ‘voertuig op ribben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1266
Vertalingen
Engelssled, sleigh, sledge
Fransluge
DuitsSchlitten
Spaanstrineo
Italiaansslitta
Japansソリ
Poolssanie
Zweedssläde
Deensslæde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek