sleep

mannelijk (de)/slep/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer, scheepvaart (verkeer), (scheepvaart) datgene wat gesleept wordt
    Hij had een sleepje om naar de garage te brengen.
  2. kleding (kleding) een lange voortzetting van een jurk of rok die over de grond sleept
    Haar bruidsjurk had een lange kanten sleep.

Etymologie

*van Middelnederlands """, van "slepen"

Vertalingen

Spaanscola