sleehak

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) driehoekige hak aan de onderkant van een schoen of laars, van achteren naar voren doorlopend[http://www.ivdnt.org/nieuws/791-modewoordenboek Modewoordenboek], instituut voor de Nederlandse taal
    Ze had zich mooi gemaakt en droeg een jurk met kleine bloemetjes en een paar zomerse sandalen met sleehak.Kepler, L., [https://books.google.nl/books?id=ycB2AAAAQBAJ&pg=PA7&dq=sleehak&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwi0hfWS5qPQAhUJAxoKHeSHBK4Q6AEITjAFv=onepage&q=sleehak&f=false Contract], De Bezige Bij., Amsterdam, 2011

Etymologie

* (bet. 2)