slaper
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die slaapt of komt slapen
- (waterbeheer) extra binnendijk achter de eerste dijk (de waker), een slaperdijk
Etymologie
* van slapen
Vertalingen
Engelssleeper
Fransdormeur
DuitsSchläfer
Spaansdormilón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek