Singel

mannelijk (de)/ˈsɪŋəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gracht om het centrum van een stad
    Verslag van de eerste SingelSwim, een zwemtocht door de Singel van Utrecht. Deelnemers zwemmen twee kilometer voor het goede doel, in dit geval onderzoek naar de spierziekte FSHD. O.a. Anita Witzier, Sofie van den Enk en Jan Joost van Gangelen zwemmen mee. NRC 13 juni 2015
  2. verkeer (verkeer) een weg die om het centrum van de stad loopt
    De komende drie weken wordt gewerkt aan de Lasondersingel. De singel krijgt een nieuwe asfaltlaag. Ook wordt de knik in de binnenste ring ter hoogte van de Blijdensteinlaan weggewerkt. Tubantia 03-november-2017
  3. ecologie (ecologie) een rij bomen met kreupelhout
    Akkers en graslanden moeten geschikt worden gemaakt door minder of geen bemesting. Ook moeten de singels ten oosten van de Blokkendijk verdwijnen, evenals hekken en afrastering in het hele gebied. In het gebied worden veel bomen verwijderd. Tubantia Mariëtte Cellarius 01-november-2017
  4. paardrijden (paardrijden) een brede band om de buik van een paard
  5. religie, kleding (religie), (kleding) koord dat een priester die de misdienende priester draagt
  6. techniek (techniek) draagband onder de zitting van een stoel

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelstown canal, boulevard, belly band