Rondweg

mannelijk (de)/ˈrɔntwɛx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) verharde route die verkeer rond een plaats leidt
    Een deel van de N367, de oostelijke rondweg om Winschoten, is dinsdagochtend rond 07.00 uur weer opengesteld na een urenlange afsluiting wegens een brand. In de nacht lagen brandslangen over de weg die werden gebruikt bij de bestrijding van een brand op het industrieterrein aan de Kartonbaan, waar bij recyclingbedrijf Virol een berg met schroot in lichterlaaie stond.de Telegraaf 20 mrt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1809018/rondweg-winschoten-weer-open-na-brand Rondweg Winschoten weer open na brand]
    De blikvanger komt pal langs de nieuwe rondweg Badhoevedorp. Corendon heeft het voormalig hoofdkantoor van Sony gekocht en verbouwt het nu tot viersterren hotel, zo schrijft het Leidsch Dagblad. de Telegraaf 19 dec. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1451929/747-in-tuin-hotel-badhoevedorp 747 in tuin hotel Badhoevedorp]
    Er was al een donkerbruin vermoeden in Bornerbroek, maar nu weten ze het zeker: de tracékeuze voor de rondweg om Zenderen is vooraf bekokstoofd.

Etymologie

#zonder omwegen; zonder er doekjes om te winden

Vertalingen

Engelsopenly, frankly, by-pass highway
Spaanscircunvalación