schipbreukeling

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) het slachtoffer van een schipbreuk
    Een schipbreukeling op een onbewoond eiland.

Etymologie

*Afgeleid van schipbreuk

Vertalingen

Engelsshipwrecked person
Fransnaufragé
DuitsShiffbrüchiger
Spaansnáufrago
Italiaansnaufrago