schim

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fantoom of geestverschijning is een vermeend verschijnsel dat in het volksgeloof doorgaans in verband wordt gebracht met de ziel of geest van een overleden persoon die niet tot rust kan komen
    Vanuit natuurwetenschappelijk perspectief is men sceptisch over het bestaan van schimmen.
  2. is de schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp, schaduwbeeld

Etymologie

* In de betekenis van ‘schaduw’ voor het eerst aangetroffen in 1437

Vertalingen

Engelsghost, phantom
Spaansfantasma, sombra