scherpheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de eigenschap hebbende scherp te zijn
    De slager testte de scherpheid van zijn messen.
  2. (te) snel van geest en tong, (te) duidelijk, zonder nuance
    Bovendien hoort bij satire ook scherpheid, niet alleen in stijl maar ook in plot, en die ontbreekt. NRC Toef Jaeger 1 februari 2013

Etymologie

* afgeleid van scherp