scharrelen
/ˈsxɑrələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) losse verkering hebbenZij hadden wat gescharreld met elkaar.
- (inerg) telkens wat anders ter hand nemen
- (inerg) op ongeregelde wijze kleinhandel drijven inEr werd op die markt wat gescharreld in oude rommel, maar veel stelde het niet voor.
- (inerg) (van hoenders) heen en weer lopen en intussen in de grond wroetenEr werd druk gescharreld door de kippen.
- (erga) onzekere of moeilijke wijze voortbewegend ergens heen gaanZoals ik naar binnen was gescharreld, scharrelde ik ook weer naar buiten.
- (inerg) onzeker, moeilijk of doelloos bewegenHij had wat over straat gescharreld, maar ging uit verveling weer naar huis.Hij is hier omringd door een deel van de harde kern van The Circus, zoals zijn entourage wordt genoemd, vrienden die hij al dertig, veertig jaar kent, soms ex-geliefden die blijven hangen. Ze vormen een onzichtbare kring om Hockney, scharrelen rond in zijn huis, zorgen voor hem, houden hem gezelschap. de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]
- (ov) bij elkaar ~ door vlijtig zoeken vergarenHij had er zestien bij elkaar weten te scharrelen.Hij had stad en land afgestruind om zo voordelig mogelijk een lichtgewicht uitrusting bij elkaar te scharrelen.
Etymologie
*(freqtt) scharren
Vertalingen
Engelscourt, flirt
Duitsscharren
Spaanscortejar, flirtear, galantear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek