Krabben

/ˈkrɑbə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met de nagels bewerken
  2. ov, scheepvaart (ov), (scheepvaart) het niet hechten, maar over de bodem kruipen van een scheepsanker
    Ondanks de lange ankerketting, krabt het anker nog steeds.
zelfstandig naamwoord
  1. kreeftachtigen (kreeftachtigen) een groep van kreeftachtige dieren die behoren tot de orde tienpotigen (Decapoda). De wetenschappelijke naam Brachyura betekent letterlijk korte staart en verwijst naar het onder het buikschild geklapte achterlijf, waardoor krabben in tegenstelling tot andere kreeftachtigen geen zichtbare staart hebben

Etymologie

* "krab" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • de rug krabben
  • achter de oren krabben

Vertalingen

Engelsitch, scrape, scratch
Fransgratter
Duitskratzen, schaben
Spaansrascar, arañar
Italiaansgrattare, raschiare